Op 7 februari 2026 vond in de Tweede Kamer een van de meest explosieve confrontaties plaats sinds de formatie van het nieuwe kabinet. PVV-leider Geert Wilders richtte zich rechtstreeks tot D66-fractievoorzitter en beoogd premier Rob Jetten tijdens het actualiteitenoverleg over asiel, migratie en nationale veiligheid. Wat begon als een gewoon vragenuurtje, ontaardde binnen enkele minuten in een openbare ontmanteling die live op televisie te zien was en het land in één klap in tweeën deelde.
Wilders stond op, keek Jetten strak aan en stelde de vraag die al maanden in de Nederlandse samenleving rondzingt:
“Meneer Jetten, waarom weet u dondersgoed dat ongecontroleerde immigratie serieuze bedreigingen en enorme schade kan veroorzaken voor Nederland – denk aan overlast, criminaliteit, woningnood, druk op zorg en onderwijs, en niet in de laatste plaats terreurdreiging – en toch laat u honderdduizenden mensen massaal binnen zonder enige serieuze controle, zonder echte beperkingen, zonder consequenties voor wie niet integreert?”

De zaal werd muisstil. Jetten, die normaal gesproken snel en retorisch sterk reageert, antwoordde met een opvallend korte en defensieve zin:
“Waarom zouden we dat doen als zij niets schadelijks hebben gedaan?”
Dat was het moment waarop Wilders toesloeg. Met kalme, maar messcherpe stem reageerde hij:
“Dus al die voortdurende terroristische incidenten – de aanslag in Utrecht in 2019, de steekpartijen in treinen, de geradicaliseerde netwerken die we nog steeds zien, de recente verijdelde aanslagen in Amsterdam en Rotterdam – waren dat geen terroristen en immigranten? Wees niet zo koppig en ontken iets wat elke Nederlander allang weet. De feiten liggen op tafel, de slachtoffers liggen in de grond, en u blijft volhouden dat er niets aan de hand is.”
De hele Tweede Kamer viel stil. Zelfs de coalitiegenoten van D66, VVD en CDA leken even de adem in te houden. Jetten boog lichtjes het hoofd, zijn gezicht rood aangelopen, duidelijk zoekend naar woorden die niet kwamen. Het was een beeld dat direct op alle nieuwszenders in close-up werd getoond: de leider van de grootste oppositiepartij die de beoogde premier publiekelijk liet struikelen.
En toen kwam de genadeslag. Wilders leunde iets naar voren en sprak langzaam, woord voor woord, de zin die de komende dagen door het hele land herhaald zou worden:
“Meneer Jetten, u bent niet naïef. U bent medeplichtig aan de onveiligheid van Nederland. Elke dag dat u deze grenzen openhoudt zonder echte toetsing, offert u de veiligheid van Nederlandse burgers op aan uw multiculturele droom. En als er weer bloed vloeit – en dat zal gebeuren – dan is dat bloed aan uw handen. Niet aan de mijne. Niet aan de PVV. Aan u.”
De stilte in de zaal was oorverdovend. Kamerleden van verschillende fracties keken elkaar geschokt aan. Sommigen schudden hun hoofd, anderen leken bevangen door een mengeling van woede en ongemak. Op sociale media ontplofte het direct. Binnen een uur was #WildersVernedertJetten trending nummer één, met meer dan 400.000 berichten. Clips van het moment werden miljoenen keren bekeken. De woorden “bloed aan uw handen” werden in memes, video’s en commentaren herhaald tot ze bijna een eigen leven leidden.

De reactie van de regeringspartijen kwam snel, maar leek zwak. Een D66-woordvoerder noemde de uitspraak “onverantwoord en polariserend”, een VVD-Kamerlid sprak van “een schandelijke beschuldiging”. CDA-leider Henri Bontenbal probeerde te sussen door te zeggen dat “we allemaal de veiligheid vooropstellen”, maar niemand kon ontkennen dat Wilders een gevoelige snaar had geraakt.
Buiten de Kamer groeide de steun voor Wilders razendsnel. Op pleinen in steden als Rotterdam, Den Haag en Almere kwamen spontaan mensen bijeen met spandoeken: “Geen naïviteit meer”, “Veiligheid eerst”, “Jetten moet weg”. De PVV zag in peilingen binnen 48 uur een stijging van vier zetels. Ook onder gematigde kiezers – die normaal niet snel naar Wilders gaan – klonk steeds vaker: “Hij zegt wat iedereen denkt.”
Tegelijkertijd groeide de woede bij progressieve kringen. Op sociale media noemden activisten en jonge D66’ers Wilders een “demagoog” en “racist”. Demonstraties werden aangekondigd in Amsterdam en Utrecht met leuzen als “Geen haat in de Kamer” en “Samen tegen discriminatie”. Toch leek de publieke opinie zich te kantelen: voor het eerst in maanden waren er meer mensen die Wilders gelijk gaven dan die Jetten verdedigden.
Politiek analisten zijn het erover eens dat dit moment een keerpunt kan zijn. Wilders heeft niet alleen Jetten persoonlijk geraakt, maar ook de kern van het D66-verhaal: de combinatie van open grenzen, progressieve idealen en vertrouwen in Europese oplossingen. Door het rechtstreeks te koppelen aan terreurdreiging en slachtoffers, maakte hij het debat emotioneel en persoonlijk – iets waar D66 zelden goed mee omgaat.
Binnen D66 zelf is de onrust groot. Anonieme bronnen melden dat meerdere Kamerleden en provinciale statenleden twijfelen aan Jetten als lijsttrekker voor de volgende verkiezingen. “Hij heeft geen weerwoord”, zei een ingewijde. “Wilders heeft hem ontmaskerd als iemand die de realiteit niet onder ogen wil zien.”

Jetten zelf reageerde later die avond in een kort statement: “We voeren een humaan en streng migratiebeleid. Suggesties dat we bewust onveiligheid importeren zijn lasterlijk en onwaar. We blijven vasthouden aan Europese afspraken en nationale veiligheid.” Maar het klonk zwak en defensief. Veel kijkers vonden dat hij had moeten terugslaan met feiten en cijfers – iets wat hij niet deed.
De dagen erna bleef het onderwerp domineren. Kranten kopten: “Wilders laat Jetten sprakeloos staan” “Bloedsprookje of harde waarheid?” “De stilte van Jetten spreekt boekdelen”
Op talkshows werd het fragment eindeloos herhaald. Deskundigen discussieerden over de vraag of Wilders te ver was gegaan met de woorden “bloed aan uw handen”, of dat juist Jetten te lang heeft vastgehouden aan een naïef wereldbeeld.
Voor Geert Wilders was dit een van zijn sterkste optredens ooit. Hij sprak niet alleen vanuit woede, maar vanuit een gevoel van urgentie dat veel Nederlanders delen. Voor Rob Jetten werd het een nachtmerrie die nog lang zal nazinderen.
Nederland is nu meer verdeeld dan ooit. De vraag is niet langer óf er een probleem is met migratie en veiligheid, maar hoe diep dat probleem zit en wie de moed heeft om het echt aan te pakken. En op 7 februari 2026, in de Tweede Kamer, gaf Geert Wilders daar een antwoord op dat niemand snel zal vergeten.