Voormalig Nederlands militair commandant en vooraanstaand terrorisme-expert Martin Wijnen heeft het kabinet-Schoof in een vernietigende verklaring frontaal aangevallen. Hij noemt de weigering van premier Dick Schoof om een openbaar onderzoek in te stellen naar de bloedigste terreuraanslag uit de Nederlandse geschiedenis “een flagrante dekmantel voor corruptie en falend overheidsbeleid”. Volgens Wijnen is de aanslag in Amsterdam op 12 november 2025 niet alleen een tragedie, maar ook een symbool van structureel falen binnen de inlichtingendiensten, de politie en de politieke leiding.
Hij eist een parlementair onderzoek met volledige openbaarheid, inclusief getuigenverhoren onder ede, toegang tot alle geheime documenten en onafhankelijke internationale deskundigen.

De aanslag in het centrum van Amsterdam kostte aan 47 mensen het leven en verwondde meer dan 280 anderen. Een 24-jarige man met Syrische roots reed met een gehuurde bestelbus in op een volle kerstmarkt bij het Museumplein, waarna hij een zelfgemaakte explosievenvest tot ontploffing bracht. De aanslag werd vrijwel direct opgeëist door een tak van Islamitische Staat. Toch blijft de officiële lezing van het kabinet summier: “alleenstaande dader, geen aanwijzingen voor bredere netwerk”. Wijnen noemt dit “een sprookje dat niemand meer gelooft”.
In een emotionele persconferentie in Den Haag verklaarde Wijnen: “Als dit was gebeurd in 2023 of 2024, toen Dick Schoof nog minister van Justitie was en niet zelf aan de knoppen zat, zou hij de eerste zijn geweest die schreeuwde om een parlementaire enquête. Nu hij premier is, verschuilt hij zich achter vage argumenten over ‘nationale veiligheid’. Dat is lafheid. Dat is corruptie verhuld in procedurele taal. De nabestaanden verdienen de waarheid. De Nederlandse bevolking verdient bescherming tegen herhaling. En de democratie verdient een premier die niet bang is voor zijn eigen falen.”
Wijnen, die decennia lang leiding gaf aan speciale eenheden en na zijn pensionering talloze regeringen adviseerde over contraterrorisme, wijst op concrete aanwijzingen die volgens hem bewust genegeerd of weggemoffeld zijn. Hij noemt onder meer:
Meerdere meldingen van de AIVD en NCTV over de dader in de maanden voorafgaand aan de aanslag, waaronder observaties van radicaliseringsgedrag en contacten met extremistische figuren in België en Duitsland. Een vertraging van zes weken in de behandeling van een tip van de Duitse Bundespolizei over een verdachte bestelwagen-huur in november 2025. Interne notulen van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding waarin stond dat “het risico op een ramming-aanslag verhoogd is”, maar geen extra maatregelen volgden voor de drukke decemberperiode. Getuigenissen van ex-medewerkers van de politie-eenheid die claimen dat operationele rapporten na de aanslag zijn aangepast of verwijderd.

“Dit is geen complottheorie”, benadrukte Wijnen. “Dit zijn feiten die ik uit eerste hand ken via vertrouwelijke bronnen binnen de diensten. Als het kabinet werkelijk niets te verbergen heeft, waarom dan zo bang voor een openbaar onderzoek? Waarom worden documenten achtergehouden? Waarom mogen nabestaanden geen vragen stellen aan de verantwoordelijken?”
De verklaring van Wijnen sloeg in als een bom. Binnen enkele uren na publicatie op zijn persoonlijke website en via een uitgebreid interview op NPO Radio 1 ontving hij tienduizenden steunbetuigingen. Op sociale media trendde #WaarheidVoorAmsterdam en #OnderzoekNu met honderdduizenden berichten. Zelfs partijen die normaal gesproken het kabinet steunen, zoals VVD en NSC, distantieerden zich voorzichtig van de harde lijn van Schoof. Kamerlid Derk Jan Eppink (JA21) noemde de weigering “onverdedigbaar en moreel bankroet”.
GroenLinks-PvdA-fractievoorzitter Jesse Klaver zei: “Als er ook maar een schijn van waarheid zit in wat Wijnen zegt, dan kan dit kabinet niet langer aanblijven zonder onafhankelijk onderzoek.”
Het kabinet-Schoof reageerde aanvankelijk terughoudend. Minister van Justitie en Veiligheid Femke Halsema verklaarde in een persbriefing: “Een parlementaire enquête is een zwaar instrument dat alleen wordt ingezet wanneer er sprake is van structureel wanbeleid. Op dit moment zien wij geen aanleiding daartoe. De Onderzoeksraad voor Veiligheid voert reeds een onafhankelijk onderzoek.” Maar die reactie werd door velen als ontoereikend ervaren. De Onderzoeksraad mag geen politieke verantwoordelijkheid toewijzen en heeft geen toegang tot alle geheime inlichtingen.
Wijnen gaat nog verder. Hij kondigde aan dat hij samen met een groep nabestaanden en juridische experts een civiele procedure voorbereidt tegen de Staat der Nederlanden wegens nalatigheid en schending van de zorgplicht. “Als het parlement geen onderzoek wil, dan dwingen we het via de rechter af”, zei hij. “En als de rechter ons gelijk geeft, zal dat betekenen dat premier Schoof en zijn voorgangers bewust risico’s hebben genomen met het leven van burgers.”
De affaire legt een diepe kloof bloot in de Nederlandse politiek. Aan de ene kant het vertrouwen in de rechtsstaat en de noodzaak van transparantie na een nationale ramp. Aan de andere kant de vrees dat openbaarmaking van inlichtingenmethoden en fouten de veiligheid verder in gevaar brengt. Wijnen countert dat argument scherp: “Geheimhouding beschermt niet de burger, maar beschermt de machthebbers. Echte veiligheid begint met leren van fouten. En leren doe je alleen als je durft te kijken.”
De publieke opinie lijkt massaal aan de kant van Wijnen te staan. Peilingen tonen aan dat meer dan 68 procent van de Nederlanders een parlementair onderzoek wil, tegenover slechts 19 procent die vindt dat het huidige traject volstaat. Nabestaanden hebben een petitie opgezet die inmiddels meer dan 450.000 handtekeningen telt. Op pleinen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag vinden wekelijks stille tochten plaats met foto’s van de slachtoffers en spandoeken met de tekst: “Geen rust zonder waarheid”.

Voor premier Schoof is de situatie precair. Zijn coalitie is fragiel en afhankelijk van kleine marges. Als het vertrouwen verder erodeert, kan dit leiden tot vervroegde verkiezingen. Politiek analisten wijzen erop dat Schoof in het verleden juist bekend stond als voorvechter van transparantie. “Als minister was hij de eerste die pleitte voor meer openheid bij grote incidenten”, merkt commentator Tom-Jan Meeus op. “Nu hij zelf in de vuurlinie staat, kiest hij voor de klassieke bunkermentaliteit. Dat contrasteert schril met zijn eerdere imago.”
Martin Wijnen sluit af met een oproep die velen in het hart raakt: “Dit gaat niet om mij. Dit gaat niet om politiek scoren. Dit gaat om 47 levens die nooit meer terugkomen. Om 280 gewonden die elke dag pijn lijden. Om kinderen die zonder vader of moeder opgroeien. En om een land dat zichzelf altijd heeft gezien als veilig en rechtvaardig. Als we nu zwijgen, verliezen we dat zelfbeeld voorgoed.”
Met zijn moedige en ongezouten woorden heeft Martin Wijnen een nationaal debat ontketend dat niet meer te stoppen lijkt. Of het kabinet-Schoof uiteindelijk zwicht voor de druk, of dat de rechter de doorslag geeft, één ding is zeker: de roep om waarheid en verantwoording zal niet verstommen zolang de nabestaanden en een groot deel van de bevolking blijven eisen wat hen toekomt – gerechtigheid.