In de turbulente politieke arena van Nederland, waar de herinneringen aan de val van het kabinet-Schoof in juni 2025 nog vers zijn, heeft Geert Wilders opnieuw de aandacht getrokken als de onvermoeibare stem van de gewone Nederlander. Na de chaotische periode waarin de PVV kortstondig deel uitmaakte van een rechtse coalitie met VVD, NSC en BBB – een experiment dat eindigde in wederzijdse beschuldigingen en een abrupte terugtrekking van Wilders – heeft de PVV-leider zijn positie als oppositieleider verstevigd.
Hij profileert zich als de enige politicus die werkelijk opkomt voor de belangen van de hardwerkende burger, terwijl hij de huidige machthebbers, onder leiding van D66 en Rob Jetten, beschuldigt van elitarisme en verspilling.

De recente ontwikkelingen beginnen bij een uitzending van De Avondshow met Arjen Lubach, het satirische programma dat bekendstaat om zijn bijtende commentaar op de actualiteit. Lubach, die in het verleden vaker kritisch was over politici van allerlei pluimage, richtte zich deze keer op de leiders van D66: fractievoorzitter Jan Paternotte en partijleider Rob Jetten. In een scherp item fileerde hij hun retoriek over klimaatbeleid, woningbouw en Europese integratie.
Lubach wees erop hoe Jetten herhaaldelijk spreekt over “positieve krachten” en “samenwerking”, terwijl hij volgens de presentator vooral bezig is met het verdedigen van hoge overheidsuitgaven en belastingverhogingen om ambitieuze plannen te financieren.
“Jetten belooft tien nieuwe steden te bouwen, maar wie betaalt dat?” vroeg Lubach retorisch, terwijl hij clips toonde van eerdere debatten waarin Jetten Wilders beschuldigde van negativisme. De analyse was indirect maar snijdend: Lubach suggereerde dat D66 meer bezig is met het behouden van macht en privileges dan met het aanpakken van de hoge lasten voor burgers. Hij gebruikte humoristische inserts om te laten zien hoe politici als Jetten en Paternotte in interviews dezelfde ingestudeerde frases herhalen, iets wat volgens kijkers perfect paste bij het beeld van een elite die losgezongen is van de realiteit.

De uitzending sloeg in als een bom. Sociale media ontploften met steunbetuigingen aan Wilders. Veel burgers voelden zich aangesproken door de impliciete boodschap: waarom moet de gewone man hogere belastingen betalen voor projecten die vooral Brussel en de Haagse bubbel ten goede komen? PVV-sympathisanten deelden fragmenten met hashtags als #WildersHeeftGelijk en #StopVerspilling. Binnen 24 uur na de uitzending organiseerden lokale groepen spontane protesten in steden als Den Haag, Rotterdam en Utrecht.
De demonstraties bereikten een hoogtepunt op het Malieveld, waar duizenden mensen bijeenkwamen onder de leus “VERLAAG DE BELASTINGEN EN STOP MET GELD UITGEEVEN AAN JEZELF!” Demonstranten droegen spandoeken met teksten als “Jetten betaalt niet, wij wel!” en “D66: elite boven alles”. Sprekers, vaak gewone burgers en ondernemers, klaagden steen en been over de stijgende energiebelasting, de beperkte inflatiecorrectie in het Belastingplan 2026 en de miljarden die naar klimaat- en migratieprojecten gaan terwijl de zorg en infrastructuur onder druk staan.
Een van de organisatoren, een zelfstandig ondernemer uit Zuid-Holland, zei in een toespraak: “We werken keihard, betalen steeds meer belasting, en wat krijgen we ervoor terug? Een regering die meer geld uitgeeft aan zichzelf en aan ideologische hobby’s dan aan ons.” De protesten waren overwegend vreedzaam, maar de boodschap was duidelijk: genoeg is genoeg.
Geert Wilders reageerde snel. Via X (voorheen Twitter) schreef hij: “Dank aan Arjen Lubach voor de rake analyse. De Nederlander ziet het eindelijk: deze D66-regering zwartmaakt mij al jaren, maar het zijn zíj die ons land naar de afgrond brengen met hoge belastingen en verspilling.” Wilders kondigde aan dat de PVV moties zou indienen om het Belastingplan 2026 aan te passen, met name de beperkte tabelcorrectiefactor en de verhoging van bepaalde milieuheffingen. Hij benadrukte dat Nederland “geen vertrouwen meer heeft in de Bende van Jetten”, een term die hij al eerder gebruikte om de huidige coalitie te omschrijven.
De achtergrond van deze escalatie ligt in de politieke aardverschuivingen van de afgelopen jaren. Na de verkiezingen van november 2023 won de PVV groot, maar de coalitieonderhandelingen liepen vast op fundamentele verschillen. Het tijdelijke kabinet-Schoof (2024-2025) viel in juni 2025 toen Wilders zijn ministers terugtrok uit onvrede over het uitblijven van streng asielbeleid. Nieuwe verkiezingen in het najaar van 2025 leidden tot een verrassende overwinning voor D66 onder Rob Jetten. De jonge, charismatische leider wist kiezers te overtuigen met een optimistisch verhaal over samenwerking, woningbouw en Europa. D66 werd nipt de grootste partij, ten koste van een gedaalde PVV.
Toch bleef Wilders populair onder een grote groep kiezers die zich niet herkenden in het “positieve” narratief van Jetten. De kritiek op hoge belastingen en overheidsuitgaven resoneert sterk in een tijd van economische onzekerheid. Het Belastingplan 2026, dat per 1 januari 2026 ingaat, bevat weliswaar enkele koopkrachtmaatregelen zoals een vaste arbeidskorting, maar critici wijzen erop dat de inflatiecorrectie slechts deels wordt toegepast en dat milieuheffingen stijgen. Dit voedt het gevoel dat de regering prioriteit geeft aan groene agenda’s boven de portemonnee van de burger.

Arjen Lubach, die in het verleden vaker D66 op de hak nam maar ook andere partijen niet spaarde, lijkt met deze uitzending een gevoelige snaar te hebben geraakt. Zijn analyse van Paternotte en Jetten – waarbij hij indirect verwees naar eerdere momenten van “ingestudeerdheid” en elitarisme – versterkte het beeld dat D66 losstaat van de zorgen van de gemiddelde Nederlander.
De protesten hebben de politieke spanning verder opgevoerd. In de Tweede Kamer bereidt Wilders zich voor op felle debatten over de begroting. Hij eist concrete verlagingen van de inkomstenbelasting en een stop op “verspillende” uitgaven. Jetten reageerde in een persconferentie: “Protest is democratisch recht, maar oplossingen komen door samenwerking, niet door negativisme.” Toch erkent hij intern dat de publieke onvrede serieus genomen moet worden.
Deze episode illustreert de diepe kloof in de Nederlandse politiek: aan de ene kant een progressief-liberale visie op Europa, klimaat en inclusie, aan de andere kant een populistisch-nationalistische roep om lagere lasten en nationale prioriteiten. Geert Wilders positioneert zich als de beschermer van “ons”, de gewone mensen, tegen een regering die hem volgens hem blijft zwartmaken.
Of de protesten leiden tot echte beleidsveranderingen, moet de komende maanden blijken. Eén ding is zeker: in januari 2026 staat Nederland weer op scherp, met Wilders als centrale figuur in de strijd om de harten en portemonnees van de kiezer.