In een ongekend felle interventie heeft Dick Schoof, voormalig directeur van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en huidig minister-president, de regering-Rutte beschuldigd van opzettelijke obstructie bij het instellen van een onafhankelijke onderzoekscommissie naar de dodelijke terreuraanslag in Rotterdam. De aanslag, die plaatsvond op 12 oktober 2025 in het centrum van de stad en aan 14 mensen het leven kostte, geldt als de dodelijkste terreurdaad op Nederlands grondgebied sinds de moorden op Theo van Gogh en Pim Fortuyn.
Schoof, die zelf jarenlang aan het hoofd stond van de Nederlandse inlichtingendienst, noemde het uitstel van een openbaar en volledig onafhankelijk onderzoek “een ontkenning van verantwoordelijkheid op nationaal niveau”. In een exclusief interview met de NOS en een gelijktijdig gepubliceerde open brief aan de Tweede Kamer verklaarde hij: “Deze bloedbad eist een volledige, publieke waarheidsvinding. We moeten de extremistische wortels blootleggen, het falen van toezicht analyseren en de factoren die antisemitisme voeden blootleggen. Rutte en het kabinet hebben transparantie beloofd, maar nu misbruiken ze ‘nationale veiligheid’ als excuus om fouten te verbergen die deze tragedie hadden kunnen voorkomen.
Zonder onmiddellijke onafhankelijke commissie nodigen we de volgende catastrofe uit.”
De woorden van Schoof, afkomstig van iemand die door velen wordt gezien als dé autoriteit op het gebied van nationale veiligheid, sloegen in als een bom. Binnen enkele uren na publicatie van de brief steeg de steun voor een onmiddellijke parlementaire enquête naar 68 procent volgens een peiling van I&O Research. Veiligheidsexperts, voormalige AIVD- en NCTV-medewerkers, grote werkgeversorganisaties (VNO-NCW, MKB-Nederland) en honderdduizenden burgers op sociale media sloten zich aan bij de oproep. De hashtag #OnderzoekNu en #GeenDoofpot werd binnen 24 uur trending nummer één op X.

De terreuraanslag in Rotterdam vond plaats op een drukke zaterdagmiddag op de Coolsingel. Een 32-jarige man met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond, geradicaliseerd via online netwerken en eerder gesignaleerd door de lokale politie, reed met hoge snelheid in op voetgangers en opende vervolgens het vuur met een automatisch vuurwapen. Veertien mensen kwamen om het leven, waaronder drie kinderen, en meer dan veertig raakten gewond. De dader werd ter plaatse doodgeschoten door de politie.
Direct na de aanslag beloofde toenmalig premier Mark Rutte “volledige transparantie” en een “allesomvattend onderzoek”. Het kabinet kondigde een interne evaluatie aan door de Inspectie Justitie en Veiligheid en een parlementair debat. Maar na maanden van stilte en herhaalde uitstel van concrete stappen richting een onafhankelijke commissie – vergelijkbaar met de commissie-Davids na Srebrenica of de commissie-De Brauw na de MH17-ramp – groeide het ongenoegen.
Dick Schoof wijst op concrete signalen die voorafgaand aan de aanslag over het hoofd zijn gezien: meermaals meldingen bij de politie over de dader die extremistische content deelde, een weigering om hem op te nemen in het top-100 risicoprofiel van de NCTV, en vertraging in de informatie-uitwisseling tussen AIVD, politie en gemeenten. “Dit zijn geen incidentele foutjes,” aldus Schoof. “Dit is een structureel falen in de keten van preventie. En nu probeert men dat te verbergen achter het schild van ‘staatsgeheim’. Dat is niet alleen laf, het is levensgevaarlijk.”
De reactie van het kabinet kwam snel, maar aarzelend. Minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz (VVD) noemde de uitlatingen van Schoof “onverantwoordelijk” en waarschuwde dat een te snelle openbaarmaking van inlichtingenmethoden “de operationele veiligheid van Nederland in gevaar brengt”. Premier Rutte zelf hield een persconferentie waarin hij herhaalde dat “alle feiten op tafel zullen komen”, maar gaf geen concreet tijdpad voor een onafhankelijke commissie.
Die vaagheid leidde tot nog meer woede. Oud-politiecommissaris Pieter van Ostaijen, voormalig hoofd van de Dienst Landelijke Recherche, sloot zich aan bij Schoof: “Als we niet durven kijken naar onze eigen fouten, dan leren we niets. En dan wacht de volgende dader al in de coulissen.” Ook de Joodse gemeenschap, die zwaar getroffen werd door de aanslag (drie van de veertien slachtoffers hadden een Joodse achtergrond), uitte scherpe kritiek. Het CIDI riep op tot “onmiddellijke parlementaire verantwoordelijkheid”
.
In de Tweede Kamer ontstond een ongekende coalitie. PVV, NSC, BBB en Forum voor Democratie kondigden gezamenlijk een motie aan die het kabinet sommeert binnen twee weken een onafhankelijke commissie in te stellen met dezelfde bevoegdheden als de commissie-Davids. Zelfs delen van de coalitie (met name BBB en NSC) lieten doorschemeren dat zij de motie zouden steunen als het kabinet geen concrete toezeggingen doet.
Ondertussen groeit de publieke druk. In Rotterdam vonden de afgelopen dagen meerdere stille tochten plaats met tienduizenden deelnemers die borden droegen met teksten als “Geen doofpot, wel waarheid” en “Veiligheid boven geheimhouding”. Op sociale media delen nabestaanden openhartige verhalen over hun verdriet en hun woede over het trage tempo van het onderzoek.
Dick Schoof, die na zijn vertrek bij de AIVD in 2024 korte tijd als informateur optrad en uiteindelijk zelf premier werd in een minderheidskabinet, heeft met zijn interventie een unieke positie ingenomen. Hij spreekt niet als oppositieleider, maar als iemand die het systeem van binnenuit kent en nu publiekelijk breekt met de zwijgcultuur die hij zelf ooit moest bewaken.
Of zijn oproep zal leiden tot een echte ommekeer, is nog onzeker. Maar één ding is duidelijk: de discussie over transparantie, aansprakelijkheid en antiterrorismebeleid is voorgoed veranderd. Nederland staat op een kruispunt: kiest het voor een harde, open waarheidsvinding, of blijft het vasthouden aan de traditionele afscherming van inlichtingenwerk?

De komende weken zal blijken of de druk van een voormalig inlichtingentopman, gesteund door een groeiend deel van de samenleving, voldoende is om het kabinet te dwingen tot actie. Eén ding staat vast: de woorden van Dick Schoof zullen nog lang nagalmen in de Nederlandse politieke geschiedenis.