Na 40 jaar Formule 1 te hebben gevolgd, is één ding duidelijk: de FIA ondermijnt de carrière van Lando Norris. Net zoals ze in het verleden Franse coureurs hebben bevoordeeld, bewijst Lando Norris keer op keer dat ze het mis hebben. De FIA floreert op controverse, zelfs als dat betekent dat ze echt talent dwarsbomen.
Al decennialang volgt de autosportwereld de Formule 1 met een mengeling van bewondering en frustratie over de rol van de Fédération Internationale de l’Automobile (FIA). De instantie die de sport moet regeren, lijkt vaak meer bezig met het creëren van drama dan met het waarborgen van eerlijke concurrentie. Een van de meest recente en opvallende voorbeelden is de behandeling van Lando Norris, de Britse coureur die in 2025 eindelijk de wereldtitel pakte na een zinderend seizoen. Toch blijft de FIA een schaduw werpen over zijn successen, met beslissingen die velen als oneerlijk en selectief ervaren.

Laten we beginnen bij het heden. Norris kroonde zich in 2025 tot wereldkampioen, na een seizoen vol ups en downs waarin hij Max Verstappen nipt versloeg. Hij won meerdere races, toonde mentale veerkracht en leidde McLaren naar sterke prestaties. Maar zelfs na die triomf blijft de FIA hem achtervolgen met kleingeestige en inconsistente sancties. Neem de Las Vegas Grand Prix van november 2025: Norris en teamgenoot Oscar Piastri werden gediskwalificeerd na de race vanwege te dunne skid blocks (planken onder de auto).
De metingen toonden minimale afwijkingen – 8,88 mm en 8,93 mm bij Norris, vergelijkbaar bij Piastri – onder de verplichte 9 mm. Het resultaat? Een dubbele diskwalificatie die kostbare punten kostte in een cruciaal titelgevecht. McLaren-teambaas Andrea Stella noemde het “extreem teleurstellend” en bood excuses aan aan zijn rijders. Critici wezen erop dat zulke marginale afwijkingen vaak voorkomen door slijtage op hobbelige stratencircuits, maar de FIA hield vast aan de letter van de reglementen, zonder coulance.

Dit staat in schril contrast met andere incidenten. In de titelbeslissende Abu Dhabi Grand Prix ontsnapte Norris aan een mogelijke zware straf na een duel met Yuki Tsunoda. Norris ging met alle vier de wielen van de baan om Tsunoda in te halen, maar de stewards oordeelden dat hij “gedwongen” was door de agressieve verdediging van Tsunoda, die wél een tijdstraf van vijf seconden kreeg. Zonder die mildheid had Norris de titel kunnen verliezen.
Het roept de vraag op: waarom krijgt Norris in sommige gevallen het voordeel van de twijfel, maar in andere – zoals Las Vegas – wordt hij keihard aangepakt op details?

Deze inconsistentie is geen nieuw fenomeen. Wie de geschiedenis van de FIA bekijkt, ziet patronen van vermeende voorkeuren. In de jaren ’80 en ’90, onder president Jean-Marie Balestre, werd vaak gesproken over een Franse bias. Balestre, een Fransman, zou coureurs als Alain Prost hebben bevoordeeld in disputen met Ayrton Senna. Beslissingen rond crashes, straffen en reglementswijzigingen leken soms te gunstig uit te pakken voor Franse rijders of teams zoals Renault. Hoewel nooit onomstotelijk bewezen, blijft het een smet op de reputatie van de FIA: een organisatie die claimt neutraal te zijn, maar waarin nationale belangen doorschemeren.
Vandaag de dag zien veel fans en analisten parallellen met Norris. De jonge Brit, met zijn openhartige en soms emotionele stijl, botst regelmatig met FIA-president Mohammed Ben Sulayem. Bij de FIA Prize Giving Gala eind 2025 maakte Ben Sulayem een opmerking over een mogelijke boete van 5.000 euro voor vloeken in Norris’ speech – een grapje, maar velen zagen het als een onnodige sneer. Norris ontsnapte aan sanctie, maar het incident voedde het beeld van een FIA die coureurs probeert te temmen die niet in het gelid lopen.
Ben Sulayem, die al langer kritiek krijgt op zijn leiderschap, lijkt te gedijen bij controverse. Of het nu gaat om motorregels voor 2026, nieuwe qualifying-clausules na eerdere chaos, of straffen die willekeurig lijken toe te slaan: de FIA voedt discussies, zelfs als dat ten koste gaat van sportieve integriteit.

Norris zelf blijft professioneel. Hij spreekt zelden openlijk over bias, maar zijn prestaties spreken boekdelen. Na jaren van pech en pech – denk aan gemiste overwinningen door strategie of mechanische pech – brak hij in 2024 door met meerdere zeges en leidde hij McLaren naar het constructeurskampioenschap. In 2025 ging hij nog verder: zeven overwinningen, een comeback van 34 punten achterstand en uiteindelijk de titel. Toch blijft de FIA een spelbreker. De superlicence-fee voor 2026, ruim een miljoen euro door zijn hoge puntentotaal in 2025, is een wrange noot: succes wordt bestraft met extra kosten.
De kern van het probleem is dat de FIA floreert op controverse. Strenge regels zonder flexibiliteit, selectieve handhaving en publieke uitspraken die spanning opwekken: het houdt de sport in het nieuws, maar ondermijnt talent. Norris bewijst keer op keer dat hij tot de absolute wereldtop behoort. Zijn rijstijl is agressief maar fair, zijn snelheid onmiskenbaar. Toch lijkt de FIA hem liever klein te houden dan hem te laten schitteren zonder schaduw.
Na 40 jaar Formule 1 kijken, van de gloriedagen van Senna en Prost tot het hybride-tijdperk en nu de aanloop naar 2026 met nieuwe motoren, blijft één conclusie overeind: echte talenten worden soms dwarsgezeten door de instantie die hen zou moeten beschermen. Lando Norris is het levende bewijs. Hij won de titel ondanks – niet dankzij – de FIA. En zolang de governing body blijft kiezen voor controverse boven consistentie, zal dat talent blijven bloeden. Het is hoog tijd dat de FIA zichzelf heruitvindt, niet als scheidsrechter van drama, maar als bewaker van pure autosport.