In een ongekende stap hebben twee 15-jarige tieners, Lars Jansen en Emma de Vries, samen met de organisatie Digital Rights Netherlands (geleid door een prominent Tweede Kamerlid van D66), een spoedprocedure aangespannen bij de Raad van State. De klacht is gericht tegen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Nederlandse regering en de betrokken instanties. Centraal staat het controversiële voorstel uit het nieuwe regeerakkoord van de coalitie D66-VVD-CDA om sociale media volledig te verbieden voor kinderen onder de 15 jaar, met als doel dit te verankeren in Europees niveau via een minimale leeftijdsgrens van 15 jaar binnen de EU.
De indiening vond plaats op 6 februari 2026 en heeft binnen enkele uren een nationale storm ontketend. De tieners, beiden middelbare scholieren uit respectievelijk Utrecht en Rotterdam, laten via hun advocaten een vernietigende verklaring afleggen die direct viral ging:
“Wij gebruiken sociale media om te leren, om te verbinden met vrienden en klasgenoten, om ons uit te drukken, om creatief te zijn en om op de hoogte te blijven van wat er in de wereld gebeurt — en toch worden WIJ VERBODEN. Terwijl volwassenen hetzelfde platform gebruiken om mensen op te lichten, om haat te verspreiden, om schadelijke en illegale inhoud te delen, om polarisatie te voeden en de samenleving verder uit elkaar te drijven — en zij mogen het wel?! Dit is geen bescherming, dit is discriminatie. Dit is een aanval op onze rechten als jonge burgers.
Wij eisen dat de Raad van State dit voorstel onmiddellijk schorst en dat er een echt, evidence-based gesprek komt over hoe we online veiligheid kunnen waarborgen zonder hele generaties monddood te maken.”

De verklaring, ondertekend door Lars en Emma zelf, werd direct na de indiening verspreid via een persbericht en op sociale media. Binnen 30 minuten na de openbare bekendmaking reageerde demissionair premier Dick Schoof (of diens beoogde opvolger in de nieuwe coalitie) met een felle persverklaring die de discussie nog verder aanwakkerde:
“Dit land heeft een verantwoordelijkheid om kinderen te beschermen tegen de schadelijke effecten van algoritmes die verslaving, depressie, cyberpesten en radicalisering in de hand werken. Het voorstel is gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en internationale ontwikkelingen. Wie dit afdoet als discriminatie begrijpt niet hoe groot de risico’s zijn voor onze jeugd. We zullen dit voorstel met kracht verdedigen – ook in Brussel.”
De woorden van de premier werden door voor- en tegenstanders onmiddellijk uit elkaar getrokken. Voorstanders van het verbod (waaronder veel ouders, kinderpsychologen en partijen als CDA en PVV) zien in de klacht een typisch voorbeeld van “jeugdig egoïsme” en vinden dat de tieners de ernst van de problematiek onderschatten. Tegenstanders (vooral jongerenorganisaties, D66- en GroenLinks-achterban, privacy-activisten en tech-experts) noemen het juist een “onverantwoorde betutteling” die de digitale kloof alleen maar vergroot en jongeren afsnijdt van informatie, educatie en sociale contacten in een tijd waarin bijna alles online gebeurt.
De Raad van State heeft aangekondigd de zaak met voorrang te behandelen. Volgens insiders kan er al binnen enkele weken een voorlopige uitspraak komen over een schorsing van het voorstel totdat de volledige procedure is afgerond. Juridisch gezien beroepen de indieners zich op artikel 8 EVRM (recht op privéleven en communicatie), artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting), artikel 13 EVRM (recht op effectief rechtsmiddel) en de Nederlandse Grondwet (artikel 7: vrijheid van meningsuiting). Zij stellen dat een categorisch leeftijdsverbod disproportioneel is en niet voldoet aan de toets van noodzaak en subsidiariteit.
Digital Rights Netherlands, de drijvende kracht achter de procedure, benadrukt dat het niet gaat om het ontkennen van risico’s, maar om een genuanceerde aanpak. “We zijn het eens dat er problemen zijn met mentale gezondheid, desinformatie en grooming”, zegt een woordvoerder. “Maar een totaalverbod is een botte bijl. Het lost niets op en creëert nieuwe problemen: uitsluiting van kwetsbare jongeren die juist online steun vinden, beperking van toegang tot educatieve content, en een precedent voor verdere beperking van burgerrechten.”

De zaak komt op een gevoelig moment. Het nieuwe regeerakkoord, dat na maandenlange formatie in januari 2026 werd gepresenteerd, bevat een hele paragraaf over “digitale jeugdbescherming”. Naast het leeftijdsverbod op sociale media staan er ook voorstellen voor verplichte leeftijdsverificatie via een privacy-vriendelijke ID-methode (geen centrale database), strengere verplichtingen voor platforms om schadelijke content binnen 24 uur te verwijderen, een verbod op gepersonaliseerde reclame en algoritmes die polarisatie versterken, en forse boetes voor niet-naleving. Nederland wil hiermee koploper worden binnen de EU en de Digital Services Act (DSA) en Digital Markets Act (DMA) verder aanscherpen.
Tegelijkertijd groeit de weerstand. Jongerenorganisaties zoals Jonge Democraten, DWARS en PerspectieF hebben al petities opgezet die tienduizenden handtekeningen verzamelden. Op sociale media circuleren memes met de tekst “Verboden voor ons, maar niet voor de politici die dagelijks Twitteren en TikTokken”. Ook internationale stemmen mengen zich: de Electronic Frontier Foundation (EFF) en Article 19 hebben steun uitgesproken voor de Nederlandse jongeren en waarschuwen voor een “chilling effect” op vrijheid van meningsuiting.
Experts zijn verdeeld. Kinderpsycholoog prof. dr. Peter Nikken (Universiteit Utrecht) ondersteunt het voorstel en wijst op studies die aantonen dat overmatig socialemediagebruik samenhangt met slaapstoornissen, angst en een negatief zelfbeeld bij jongeren onder de 16. Daarentegen stelt privacy-hoogleraar prof. mr. dr. Bart van der Sloot (Universiteit van Amsterdam) dat een algemeen verbod juridisch zwak is en waarschijnlijk sneuvelt bij de Raad van State of later bij het EHRM. “Het Europees Hof heeft herhaaldelijk geoordeeld dat beperkingen op jongerenrechten proportioneel moeten zijn en alternatieven moeten overwegen, zoals betere ouderlijke-controletools, educatie en platformverantwoordelijkheid.”
De zaak heeft ook politieke gevolgen. Binnen de coalitie D66-VVD-CDA is er spanning ontstaan. D66-woordvoerders proberen het voorstel te nuanceren (“het gaat om een minimale leeftijd, geen totaalverbod”), terwijl CDA en VVD harder op de hand willen blijven. Oppositiepartijen als GroenLinks-PvdA en SP zien in de procedure een kans om het hele regeerakkoord op dit punt aan te vallen.

Voor Lars Jansen en Emma de Vries is dit nog maar het begin. “We zijn geen rebellen die regels haten”, zegt Lars in een kort interview. “We willen gewoon gehoord worden. Als de overheid ons echt wil beschermen, moet ze met ons praten, niet over ons heen beslissen.”
De Raad van State heeft nog geen datum voor een zitting vastgesteld, maar de verwachting is dat de zaak in maart of april 2026 inhoudelijk behandeld wordt. Tot die tijd blijft Nederland verdeeld over de vraag: beschermen we onze jeugd door ze te weren van sociale media, of beschermen we hun rechten door ze juist te leren hoe ze er veilig mee omgaan?
De uitkomst kan verstrekkende gevolgen hebben – niet alleen voor Nederland, maar voor de hele Europese Unie.