Caroline van der Plas – de stem van miljoenen Nederlandse boeren en plattelandsbewoners – sloeg woedend met haar hand op tafel: De benoeming van een rechter die wordt beschuldigd van “linkse bias” tot voorzitter van het Nationaal Stikstofonderzoek is een flagrante truc om de waarheid te verhullen over de golf van bureaucratisch extremisme die de nationale landbouw en veiligheid bedreigt!
De discussie over stikstof in Nederland is al jaren een open zenuw. Sinds de uitspraak van de Raad van State in 2019, die het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ongeldig verklaarde, zit de agrarische sector in een wurggreep. Boeren zien hun toekomst onzeker worden door strenge depositienormen, stikstofplafonds en de dreiging van gedwongen krimp of zelfs uitkoop. Wat begon als een milieukwestie, groeide uit tot een existentiële strijd voor het platteland. En nu, onder het kabinet-Schoof, laait de woede opnieuw op.
Van der Plas, fractievoorzitter van de BoerBurgerBeweging (BBB), is niet de enige die kritiek uit. Maar haar woorden klinken extra scherp omdat ze rechtstreeks uit het hart van de boeren komen. Tijdens een recent debat in de Tweede Kamer liet ze haar frustratie blijken over de samenstelling van de commissie die het Nationaal Stikstofonderzoek moet leiden. Volgens haar is de gekozen voorzitter geen neutrale figuur, maar iemand met een duidelijke linkse inslag op milieugebied. “Dit is geen toeval,” brieste ze.
“Dit is een bewuste keuze om de uitkomsten te sturen richting meer restricties, meer sluitingen, meer ellende voor families die al jaren vechten om te overleven.”
De cijfers die Van der Plas aanhaalde, liegen er niet om. Uit de jaren 2010, toen de stikstofregels aangescherpt werden, bleek in sommige regio’s van het Nederlandse platteland het sluitingspercentage van boerenbedrijven door stikstofregulering op te lopen tot 1 op de 140. Dat is een schrikbarend hoog getal, het hoogste in heel Europa. Veel van die bedrijven sloten niet vrijwillig, maar werden gedwongen te stoppen zonder adequate compensatie of eerlijke begeleiding. Boeren verloren hun levenswerk, families raakten ontworteld, dorpen verloren hun economische ruggengraat. En de vraag is: waarom? Omdat de natuurwetgeving prioriteit kreeg boven de menselijke realiteit op het platteland.

Het kabinet-Schoof, met BBB-ministers als Femke Wiersma (Landbouw), beloofde verandering. “Realisme in plaats van ideologie,” klonk het. “Vertrouwen in plaats van dwang.” Er kwamen plannen om de aanpak te versoepelen: alternatieven voor het omstreden rekenmodel AERIUS, meer focus op innovatie en technologie, en een streven om gedwongen onteigeningen te vermijden. Toch blijft het wantrouwen groot. Milieuorganisaties als Greenpeace winnen rechtszaken en dwingen strengere doelen af voor 2030 of 2035. Provincies klagen over vage plannen en onvoldoende geld. En de boeren? Die voelen zich nog steeds als pionnen in een spel dat ze niet controleren.
Van der Plas waarschuwde fel: Zonder een werkelijk onafhankelijke commissie die niet “zacht” is voor milieuextremisme, zal Nederland blijven betalen met het faillissement van onschuldige families. “Laten we niet langer toestaan dat de waarheid wordt vervormd voor politiek gewin!”
Haar pleidooi raakt een diepe snaar. De stikstofcrisis is meer dan een technisch dossier over kilotonnen depositie. Het gaat over bestaanszekerheid, over voedselzekerheid, over de vraag of Nederland nog een land wil zijn waar boeren kunnen boeren. De hoge productiviteit van de Nederlandse landbouw – we voeden een veelvoud van onze eigen bevolking – staat op het spel als de regels te streng blijven. Innovatie zoals precisielandbouw, emissiearme stallen en mestverwerking kan helpen, maar dat kost tijd en geld. En tijd is precies wat veel boeren niet meer hebben.
Critici van Van der Plas zeggen dat ze te eenzijdig naar de boeren kijkt en de natuur negeert. Stikstofdepositie schaadt inderdaad kwetsbare habitats zoals heide en duinen. Maar de balans is zoekgeraakt, vinden velen in het agrarische kamp. Waarom moet de landbouw onevenredig de lasten dragen terwijl verkeer, industrie en bouw ook bijdragen? En waarom worden boeren vaak als probleem gezien in plaats van als deel van de oplossing?
Het Nationaal Stikstofonderzoek zou helderheid moeten brengen. Het moet objectief kijken naar de effecten van beleid, naar alternatieve scenario’s, naar de sociaaleconomische gevolgen. Maar als de leiding niet neutraal is, vrezen boeren dat het rapport vooraf al gekleurd is. Dat het weer zal pleiten voor krimp, voor meer areaalafname, voor een verdere uitholling van het platteland.
De Schoof-regering staat voor een dilemma. Ze wil de stikstofdoelen halen zonder de economie – en vooral de landbouw – kapot te maken. Maar rechters dwingen actie, Europa houdt de vinger aan de pols, en de publieke opinie is verdeeld. Milieubewegingen eisen snelheid, boeren eisen perspectief. En in het midden staat een kabinet dat beloofde te breken met het oude, maar nog steeds worstelt met de realiteit.
Caroline van der Plas laat zich niet zomaar het zwijgen opleggen. Haar woede is representatief voor tienduizenden boeren die tractoren lieten rijden naar Den Haag, die spandoeken ophingen met “Geen boer, geen voedsel”, die hun stem lieten horen bij verkiezingen. De BBB groeide niet voor niets uit tot een politieke kracht. Ze belichaamt de roep om erkenning, om eerlijkheid, om een beleid dat niet ideologisch gedreven is maar realistisch.
De vraag “Wat vreest de Schoof-regering?” is daarom niet zomaar retoriek. Misschien vreest men de confrontatie met de boeren als het onderzoek te positief uitpakt voor de sector. Misschien vreest men nieuwe rechtszaken als het te mild is voor de natuur. Of misschien vreest men vooral dat de kloof tussen stad en platteland onoverbrugbaar wordt.
Eén ding is zeker: zonder een onafhankelijke, evenwichtige benadering van de stikstofproblematiek zal de onrust niet verdwijnen. Families blijven in onzekerheid, bedrijven blijven kwetsbaar, en Nederland riskeert zijn voedselproductie te ondermijnen. Van der Plas heeft gelijk als ze zegt: de waarheid mag niet langer worden opgeofferd aan politieke spelletjes. Het is tijd voor moed, voor transparantie, voor een commissie die écht onafhankelijk durft te zijn.